Chocolate Hills

Chocolate Hills

zondag 20 februari 2011

Zuid Afrika - Swaziland 2009

Eindelijk zijn we weer vertrokken. Ditmaal met -17⁰ C.
We gingen eerst Rolf oppikken maar dit kon natuurlijk weer niet zonder een flinke uitglijer met de auto en een dikke kus van de stoeprand. Helaas maar dat telt nu niet, we gaan nl naar Zuid Afrika.
In het begin nog een beetje paniek omdat het vliegtuig misschien niet kon vertrekken in verband met de heftige kou en sneeuwval. Eenmaal aangekomen in Düsseldorf bleek dat alleen het vliegtuig gede-iced hoefde te worden en onze vlucht naar Amsterdam maar 10 minuten te laat vertrok. Tijdens het wachten op het taxiterrein van de vliegtuigen was het kwik inmiddels gedaald naar -20⁰C. Dat heeft ons een paar vullingen gekost vanwege het constante klappertanden. Voor ons stond een of andere idioot uit Detroit met zijn jas over de arm want hij was wel meer gewend, de opschepper…
In Amsterdam moesten we ons nog 2 uurtjes amuseren voor we uiteindelijk vertrokken naar Johannesburg. En ik moet heel eerlijk zeggen, het ging allemaal van een leien dakje. Na een vlucht van 11½ uur kwamen we keurig op tijd in Johannesburg aan. Hier waren we binnen een half uurtje al door de douane.
In NL hadden we al een lodge in de buurt van het vliegveld gereserveerd dus we hoefden alleen maar te bellen. Precies 20 minuten later stond er, je raadt het nooit, een vriendelijke neger voor onze neus om ons naar de lodge te brengen.
De lodge bleek een superleuk Afrikaans huisje te zijn met een hele hoge muur en een ‘Electric fence’ eromheen. Na wat uitleg over de sanitaire voorzieningen en een blik op ons stapelbed werden we door de huisneger uitgenodigd om een biertje te doen in de ‘Purple Palms’ bar. We konden kiezen uit een aantal lokale biertjes en amstel. De uitkomst laat zich raden, we hebben gelijk zijn hele voorraad gekild. Dat werd dus boodschappen doen voor Selwin, de huisn…. van afrikaanse afkomst.
Na een veel te korte nacht en een flesje water als ontbijt gingen we de huurauto halen. We werden weer keurig teruggebracht naar het vliegveld in Johannesburg. Hier stond een Nissan Tiida op ons te wachten. Wie kent ze niet ? Op zich wel een mooie auto dus na de nodige handtekeningen en het gebruikelijke papierwerk zijn we richting Pretoria gereden. Wat is dat wennen… het stuur aan de verkeerde kant, als je wilt schakelen sla je tegen de deur aan en vervolgens moet je verplicht rechts inhalen.
Gelukkig hadden we in NL een kaart gekocht van Z Afrika voor de TomTom. Het begin van de vakantie liep dan ook heel soepel. Tot het 1e stoplicht in Pretoria. Jella begon te gillen en vervolgens klapt er een hele grote neger met een BMW 5serie vol achterop ons. We hadden  de huurauto dus al na 30 minuten omgetoverd van een splinternieuwe auto naar een schadebak. Gelukkig bleek de 2 meter neger erg betrokken met ons en stonden we iets later met z’n allen op het politiebureau !!
Nou moet jij eens proberen aangifte te doen bij een agent die nog te lui is om met zijn eigen ogen te knipperen. Tot overmaat van ramp moesten we naar een ander bureau om een zgn ‘casenumber’ te krijgen.  Hierna werden we afgescheept met een zelf uitgeknipt vodje papier om vervolgens na 3u de huurauto met flinke schade weer in te leveren. Hier deden ze gelukkig niet moeilijk over in Johannesburg dus we gingen nog een poging wagen om naar Pretoria te rijden.
Aangezien we veel tijd hadden verloren besloten we om eerst maar een slaapplaats te zoeken. Je wilt niet weten waar we terecht kwamen. Een of ander hostel waar de bedvlooien van de stapelbedden je op stonden te wachten bij de voordeur. Wat een ranzige tent !! Dat feest ging dus niet door..
Door alle trammelant en tijdverlies hadden we nog steeds niet ontbeten. Na onze vlucht uit dat smerige hostel zijn we een hamburgertje gaan pakken bij een tankstation. Na eindelijk de binnenmens verzorgd te hebben zijn we in onze boeken van ZA gedoken om een geschikte slaapplaats te zoeken. En dit werd beloond. Voor een tientje PP logeren we in ‘Pretoria Backpackers’ met een super grote kamer, 4 bedden met TV, een keuken, woonkamer en een eigen zwembad. Nu we wisten waar we zouden slapen werd het weer de hoogste tijd om de toerist uit te hangen.
We zijn dan ook naar het voortrekkersmonument geweest. Erg leuk om te zien, al die huifkarren van onze voorvaderen die de weg vrij moesten maken voor de definitieve vestiging van blanken in ZA. Wat daarna gebeurde qua apartheid zullen we het maar niet hebben. Na wat kiekjes en filmmateriaal zijn we bij een grote supermarkt wat boodschappen gaan doen. Erg leuk, was net Rotterdam. Ook als enige blanken in een hele winkel.
Hierna zijn we bij een wazig steakhousje de meest geweldige biefstukken gaan eten. Na de hele vleesvoorraad van de halve afrikaanse bevolking verorbert te hebben zijn we terug gegaan naar het hostel. Hier hebben we heel gezellig wat gedronken en zijn we op tijd naar bed gegaan.
Het was de hoogste tijd om Pretoria te verlaten en richting Kruger park te rijden. Na amper een uurtje rijden hadden we alweer een politie-onderonsje. Carl werd aangehouden voor te hard rijden. 98 waar je 80 KM/H mag. Lekker belangrijk !! Na een paar handtekeningen en 150 ZAR (Zuid Afrikaanse Rand) lichter mochten we toch doorrijden. Omdat het Jella’s verjaardag was zijn we gestopt bijPicasso’s. een super gaaf eettentje tegen een hoge berg aan. Hier hebben we een waanzinnig lekker tomatensoepje naar binnen laten glijden en een tonijntostie gegeten. Hoe verzinnen ze het ?  Tonijntostie ????
Vandaag is de langste rit van onze hele reis dus we moesten snel weer verder. Met snel verder kom je al snel op de koffie. We werden nl weer aangehouden. Gelukkig kwamen we nu weg met een waarschuwing omdat oom agent niet zag wie gereden had. Rolf werd namelijk aangesproken als de ‘driver’ terwijl Carl gereden had. Mazzeltje aan onze kant dus. Snel terug in de auto en deze keer rustig verder.
We hadden besloten om de komende nacht nog buiten het Kruger Park te slapen dus het werd Phalaborwa. Een klein dorpje voor een van de gate’s van het Park. Omdat Jella nog steeds jarig was besloten we om wat luxer te gaan slapen. We kwamen terecht bij een heel gelikt lodge-tje met super vriendelijke gastheer en –vrouw. Na de hoofdprijs betaald te hebben, van wel 19€ PP zijn we naar een steakhouse gegaan op aanraden van de gastvrouw. Volgens haar was dit een ‘ 5 mins walk ‘. Dit viel in de praktijk vies tegen. Na gevoelsmatig een uur gelopen te hebben zijn we Jella’s verjaardag gaan vieren met een enorm dikke lap vlees. Hier hebben we lekker  de hele avond gezeten en Jella’s nieuwe levensjaar gevierd.
Aangezien we geen zin hadden om dat pokkeneind terug te lopen besloten we een taxi terug te pakken. Dit werd een benenwagen met chauffeur !! Het bleek dat de chauffeur pas 16 jr was en nog nooit in een auto gereden had. Toch bracht hij ons helemaal terug naar onze lodge. Hier hebben we in de huisbar de avond afgesloten.
Na weer een korte nacht was de grote dag aangebroken. We gingen naar het Kruger Park !! Nadat we ieder een tientje  entree betaald hadden zijn we het park ingegaan. Na 20 min. was het al raak. De weg werd versperd door een metershoge giraffe. Geweldig !! Na een half uur konden we al 3 giraffes, een paar waterbuffels en een hoop springbokkies afvinken. De 1e van de BIG 5 hadden we dus al binnen. Al vrij snel daarna konden we het nijlpaard en de neushoorn bijschrijven.
Onderweg werd ons nogmaals de weg geblokkeerd door een mega mannetjesolifant. We waren even bang dat ie onze auto als knuffelmaatje zag maar gelukkig was de overkant van de straat veel interessanter. Na een paar uur cruisen door het park konden we nr 4 van de BIG 5 optekenen. We stonden nl oog in oog met een groep leeuwen.  ‘s Avonds was iedereen aan het jammeren dat ze geen leeuw gezien hadden. Wij hadden dus weer alle geluk van de wereld gehad.  
Na de hele dag 41⁰C op de kneiter begon het een beetje te regenen. We besloten dus maar om een slaapplaats in het park te gaan zoeken. Dit werd uiteindelijk Skukuza in het zuidelijke gedeelte van het park. Hier kwamen we terecht in een superleuke accommodatie. Ons huisje was een klein rond ding met een rieten dak en een buitenkeukentje, compleet met braai. Het beetje regen was inmiddels een tropische storm aan het worden dus het idee om de braai in te wijden was al snel vervlogen.
We zijn naar het restaurant op het eigen terrein gegaan en hier viel je niks meer in. Het restaurantje bleek een oud perron te zijn compleet met locomotief en wagons. Echt superkicks !! Enig minpuntje was dat door het noodweer de stroom meerdere malen uitviel en we 2½u op ons eten gewacht hebben. Gelukkig maakte de accommodatie en de sfeer alles goed.
Na onze overnachting in het park zijn we doorgereden naar Graskop. Hier ligt ‘God’s Window’. (Voor de gelovigen onder ons), Het uitzicht zoals god zijn creatie bedoeld heeft als hij ‘s morgens wakker wordt en door het raam naar buiten kijkt.
Aangezien we lekker vroeg aankwamen in Graskop hadden we al vrij snel onze nieuwe slaapplaats geregeld. Na wat ZAR’s betaald te hebben zijn we naar ‘Pilgrims rest’ gereden. Een of ander oud goudzoekersstadje dat nu dienst doet als een openlucht museum. Hier werd ons een oor aangenaaid door een zgn parkeerwachter. Hij liet ons zien waar we de auto neer konden zetten en toen we vervolgens na 2 uurtjes terugkwamen bleek dat hij onze auto gewassen had en dat wij hier, voor ZA begrippen, een vermogen voor moesten betalen. Ineens stond er een bordje “wasstraat” voor de auto dat er volgens ons bij aankomst echt niet stond.
Vanwege het slechte weer, en dan voornamelijk vet dikke mist, konden we geen tripjes meer maken en zijn we bij een klein Portugees restaurantje gaan zitten hopen dat de lucht weer open zou trekken voor dat we richting Swaziland vertrokken. Aangezien ze in Afrika meer vlees dan geld hebben, hebben we ook hier weer een halve koe opgegeten. Na dit geweldige avondje zijn we terug gegaan naar ons guesthouse waar we de leukste afrikaanse uitspraak ooit te horen kregen:
Als ek is nie hier nie, jij sal klokkie lui… !!
Oftewel, als je vragen hebt en ik ben er niet dan moet je even bellen. In de bar van het guesthouse kwamen we 3 jongelui uit NL tegen waar we ons kostelijk mee geamuseerd hebben. Het enige dat niet zo leuk was is dat ze naar ZA waren gekomen om op wild te schieten. En dat is nu eenmaal niet ons kopje thee !!
Zoals het altijd gaat op vakantie zijn we weer vroeg opgestaan om na het ontbijt nog een poging te wagen om ‘God’s window’ te zien. Deze keer hebben we de tegenovergestelde route genomen en zijn we eerst naar “Bourke’s Lucky potholes” gegaan. Een of andere kiezelhoudende rivier die de meest freaky vormen uit de rotsen gesleten heeft. In deze zgn potholes heeft een kerel vroeger goud gevonden, vandaar de naam.
Ons volgende tripje was naar de 3 rondavels, 3 stalagmieten die naast mekaar staan. Hoe ze er uitzien zullen we helaas nooit weten want wederom door de dikke mist hebben we ze niet kunnen zien. Dit geldt helaas ook voor ‘God’s window’. Na deze 2e teleurstelling ivm het weer zijn we doorgereden naar Swaziland.
Aangekomen bij de grens konden we na wat papierwerk en stempels zo doorrijden.


Toen we goed en wel op weg waren bleek dat Rolf de autopapieren bij de grenspost vergeten was. En nou komt het grote voordeel van de aartsluiheid van de lokale bevolking. Onze papieren lagen gewoon nog op de balie. Ik denk dat als we 3 dagen later terug waren gekomen het baliepersoneel zich waarschijnlijk afgevraagd had wat die envelop daar toch deed om vervolgens een week later eens voorzichtig in de envelop te kijken. Tegenover het gehaast bij ons is dit echt de tegenovergestelde wereld.
Maar ja, alle spullen weer compleet en vol gas naar Mbabane, de hoofdstad van Swaziland. In een lokaal krantje hadden we gelezen dat we in de “Sunset backpackers lodge”, de perfecte uitvalsbasis om Swaziland te ontdekken, moesten zijn. Dit zou net nieuw zijn en perfect onderhouden. Jammer dan, wat een smerige toko. Als je met schone voeten de ruimte inliep, die voor de badkamer door moest gaan, kwam je met pikzwarte poten weer terug. Ook het bad was zo ranzig dat je daar je hond niet eens in durfde te wassen. Maar ja, wat wil je voor een tiener PP ? ’S morgens zijn we dan ook vertrokken zonder ons bij de receptie te melden want we hadden het helemaal gehad na deze nacht in de “vullisbak-lodge”
We zijn naar Pig’s peak gereden waar we zijn gaan kijken naar rotstekeningen die 4000jr geleden door de Bosjesmannen op een rots gekalkt waren. Weer een fantastische ervaring… Eerst een dodemansklim naar beneden om bij de rots te komen en daarna weer met gevaar voor eigen leven naar boven klauteren.
Het was inmiddels al middag dus we besloten om eerst een slaapplaats te regelen. We kwamen terecht bij Jesus en Maria, 2 spanjaarden die sinds 5jr in Swaziland woonden. Echt supertoffe mensen waar we tot in de late uurtjes mee hebben zitten kletsen. Ook kregen we nog wat tips van wat we nog moesten bezichtigen voor we Swaziland weer zouden verlaten. Een van die dingen zou een open-air discotheek zijn die gebouwd was in de stijl van Gaudi, India en Marokko. Helaas hebeen we hem niet gevonden en zijn we doorgereden naar Zuid Afrika.
De kaart van de TomTom die al bijna 2 dagen niks wist te vinden in Swaziland functioneerde weer perfect nadat we terug kwamen in ZA. Wat een uitvinding. Ons volgende doel was Saint Lucia, een plaatsje aan de kust, waar we foutloos naar toe gedirigeerd werden door onze Tom.
Inmiddels hadden we ontdekt hoe je snel en goedkoop een overnachting kon regelen. Je stapt bij de ‘tourist information’ naar binnen en een kwartier later heb je een geweldige accommodatie. We kwamen terecht in het “Rhino Coast Guesthouse”. Een groot huis met een 2-persoons bad, luxe douche, 4 bedden en een zwembad in de achtertuin. Ik geloof dat we 50 eurie moesten aftikken voor ons 3-en. Nadat we onze koffers op de kamer geknald hadden zijn we naar een ‘golfbar’ gereden waar de krokodillen en nijlpaarden aan je voeten lagen. Hier hebben we lekker wat gedronken om vervolgens maar weer een restaurantje op te zoeken. Dit werd ‘Braza’, een super coole tent waar we heerlijke spare-ribs gegeten hebben  . Na deze leuke avond zijn we lekker bij ons privé zwembad gaan zitten en hebben hier nog lang zitten ouwehoeren. Van de man die het guesthouse beheerde kregen we de tip om naar Uhmlanga te gaan, een kustplaatsje voor Durban.
Hier aangekomen bleek dit het St Tropez van ZA te zijn. Alleen maar asociaal dikke auto’s en gladgetrokken miepen. Gelukkig bleken de prijzen niet op het niveau van St Tropez te liggen en hebben we een guesthouse geboekt met een TV die net zo groot was als bij ons thuis de achterdeur. Ook lagen er genoeg kussens in je bed om de hele woonkamer mee dicht te leggen.
Na bijna de huurauto gesloopt te hebben op de te steile oprit van het guesthouse zijn we Uhmlanga onveilig gaan maken. Aangezien we al kilo’s vlees voor de kiezen hadden gehad gingen we bij een Thais restaurant eten. Rolf en ik wilden “spicy” en dat kregen we ook. De tranen liepen ons de dag erna nog over het gezicht. Dit peri peri-festijn hebben we dan ook noodgedwongen moeten blussen met een paar biertjes voordat we terug gingen naar ons überluxe huisje. Jella en ik lagen als god in ZA en Rolf was op de slaapbank beland.
De volgende dag weer vroeg op want we moesten naar Durban.
 De helft van onze reis zit er nl op. Na een ontbijtje in het kuststadje zijn we snel doorgereden naar het vliegveld. Hier ging alles weer van een leien dakje en na wat koffie’s en 2 uurtjes wachten zijn we binnen 5 kwartiertjes naar Port Elisabeth gevlogen. Hier kregen we ipv die vots Nissan een vette Ford Focus. Geen gedweil meer over de weg en eindelijk goede stoelen. Na wat gepatst te hebben zijn we richting ADDO National Park gereden. Helaas was dit gesloten en hebben we een superkicks selfcatering huisje gehuurd bij de ingang van het park.
Hier werden we ontzettend leuk ontvangen door ‘Jesse James’, een oudere blanke afrikaan die lekker geniet van de omgeving en het contact met zijn gasten. Zonder iets te betalen kregen we gelijk een sleutel en zijn we het terrein gaan verkennen. We zaten naast een grote rivier met allemaal leuke terrasjes. Snel even kennis gemaakt met de locals en op zoek naar een restaurantje. Dit lag precies 1km verderop. Een of ander toko die gerund werd door 2 jonge jongens. Het grappige was dat terwijl we hier zaten er ongelooflijke hoeveelheden koekjes verkocht werden. Ja, je hoort het goed, koekies !! geen idee waarom maar het hele dorp liep uit voor die dingen. Een krap uurtje later bleek dat een omaatje de koekjes bakt en hier in de kroeg verkocht zodat die oudjes eens in de zoveel tijd een uitstapje konden maken.
De eigenaars, Mike en Patrick, hebben ons enorm in de watten gelegd. Niets was teveel en de financiele schade was op het einde van de avond weer eens nihil.
De volgende dag zijn we naar het ADDO NP geweest en hebben hier een superleuke ferrari-safari gehouden. Lekker met de eigen auto diertjes spotten. Na een halve dag stond onze score op 10 beestjes, waaronder een kudu. Een enorm grote bok met gedraaide horens van wel een meter lang, veel olifanten en wrattenzwijntjes. Onze splinternieuwe auto was hierna veranderd in een rijdende sahara van al het stof in het park. We waren van te voren gewaarschuwd dat het eten in het park erg slecht was en jawel hoor, wat een zooi.. Meteen toen we het park uitkwamen zijn we bij de 1e de beste Mc Drek naar binnen gerend om in een hamburgertje te happen.
Daarna door naar Jeffrey’s bay, weer een plaatsje direct aan het strand waar we bij het Viswijf restaurant zijn gaan eten. En nou komt het.. Aangezien de enige keuze op het menu weer eens steak was hebben we hier maar voor gekozen. Ik moet heel eerlijk zeggen, de steak komt ons echt de oren uit. Ik denk dat als we de komende week nog 1 keer steak moeten eten, we spontaan gaan halzen.
Na deze bijna dood ervaring zijn we terug gegaan naar ons huisje waar we de rest van ons reisplan vastgelegd hebben. We hadden besloten om via Knysna naar Oudtshoorn te rijden voordat we de tuinroute naar Kaapstad nemen.
Zoals eigenlijk iedere dag zijn we rond 8:30u weggereden, ditmaal naar Knysna. Deze weg ligt helemaal via de ZA kust en is adembenemend mooi. Je ziet constant de zee tegen het land aanbeuken terwijl je over het perfecte wegennet cruised…
Aangekomen in Knysna kwamen we bij de “2 Heads”. Dit zijn 2 hoge bergen waartussen de rivier in aanraking komt met de zee. Strak blauw water en vrij zicht op de indische oceaan. Het kwik was weer eens gestegen naar zo’n 40⁰C dus voor ons het paradijs op aarde. Ik denk zelf dat dit mooier is dan “God’s window’ !!
Na dit heerlijk genieten wilde het niet echt lukken met het vinden van een slaapplekkie. Rolf had besloten om een nummer uit een toeristenboekkie te bellen en dit bleek een schot in de roos. Het huis waar we gingen slapen heette “paradise house” en dit was geen woord teveel gezegd. Onze kamers die echt hieperdepiep waren hadden grote balkons met uitzicht op…. de 2 heads.
Aangezien we geen steak meer naar beneden kregen zijn we naar een Italiaans restaurant in de haven gegaan. Hier hebben we heerlijke fettuccini en pizza’s naar binnen zitten werken. Even later kwamen we terecht in een of andere vage bikerskroeg. Hier raakten we al snel in gesprek met Michel, een NL jongen van 48 die zijn werk opgezegd had om gewoon eens een paar jaar te gaan reizen en wat over onze aardkloot te fietsen. Ook zaten er 2 echte afrikaners die geen cent te makken hadden en ons binnen 1 uur wilden omtoveren naar het volle bak “I love Jesus”-gedrag. Na tig onzinnige argumenten van hun kant werd al snel duidelijk dat wij niet van die club zijn. Alle respect natuurlijk maar maak dat maar aan iemand anders wijs…
Al met al wel weer een super avond. Misschien is het al opgevallen dat dit reisverslag constant gaat over, we gaan naar en vroeg op etc… maar dat heb je nou eenmaal met een rondreis waar je heel veel kilometertjes moet maken.
Dus…. de volgende dag door naar Oudtshoorn, de grootste struisvogelregio ter wereld. Er liggen hier zo’n 400 struisvogelsfarms. Echt overal waar je kijkt zie je een soort ei op hoge kippenpoten met veren en een lange nek rondrennen. Echt waar, wat een idiote beesten. Ons 1e uitstapje in struisvogelcity werd dan ook een grote farm waar je op deze beestjes kan rijden. En nou komt de grootste teleurstelling van deze reis. Je mag niet meer wegen dan 75 kg om zo’n nekkie te mogen rijden. We hadden het vrouwtje van de farm bijna overtuigd dat we maar 40 kg wogen tot ze kwam aanrennen met een weegschaal.    De uitkomst was dat Rolf wel mocht racen en ik niet. Het goede leven werkte nou voor de 1e keer tegen.
Na een introductiefilmpje en een leuke rondleiding was het dan zo ver… Rolf werd voorgesteld aan zijn racenekkie en kroop achterop die grote kip om vervolgens met volle vaart door een soort manegebak te vliegen. Lachen, gieren, brullen… Jella en ik mochten er wel even op zitten maar dat was voor ons dan ook de pret. ’S Avonds hebben we wel een heerlijk stukkie ‘voëlstruiss’ gaan eten.
Daarna zijn we terug gegaan naar ons stekkie in Oudtshoorncity. Hier hebben we lekker op onze eigen veranda nog wat zitten drinken. De volgende ochtend zijn we een ontbijtje gaan scoren in Mosselbaai. 9u ‘smorgens al frieten bij je sandwich… Heerrrrrrrlijk !! Na dit zeer ongebruikelijk ontbijt hebben we ons meteen weer vastgebeten in het asfalt. We hadden besloten om nog 1 lange rit te maken zodat we meer tijd over hadden in Kaapstad aan het eind van de vakantie.
Na zo’n 500km kwamen we aan in Hermanus. De ‘place to be’ in ZA als je walvissen wil spotten. Dit is ons helaas niet gelukt omdat het walvissenseizoen al 2 maanden geleden afgelopen was. Nadat we weer een selfcatering huisje gehuurd hadden zijn we aan de zee lekker een hapje gaan eten. Rolf een of andere wrap en Jella en ik een heerlijke chickenshoarma. Hier waaide het echter zo hard dat we alle drie het gevaar liepen om veren te krijgen. Het kippenvel stond ons nl van de knieën tot op de oren.
Aangezien het 20 januari was zijn we in ons huisje naar de inauguratie van president Obama gaan kijken. We hadden echt een heerlijk appartement met complete woonkamer. Dit was dan ook de 1e avond dat we lekker thuis gebleven zijn en voor de buis zijn blijven plakken.
We wilden eigenlijk de volgende morgen bij de haaien gaan duiken. Na overleg met de gastvrouw werd dit ons helaas afgeraden ivm het weer. De zee was veel te heavy om op een bootje te gaan dobberen. We zijn dan ook gelijk doorgereden naar Stellenbosch. Een wit stadje waar je heerlijke wijnen kan drinken. We kwamen terecht bij een wijn-estate in Knorhoek. Hier werden we verwelkomd met een glas witte wijn uit eigen beheer. Ook onze accommodatie was niet te geloven. Een compleet huis voorzien van alle gemakken.
We hadden met de gastvrouw afgesproken dat wij wanneer we maar wilden een gratis wijnproeverij zouden doen. Ook werd het diner voor ons aangepast. Er stond nl ZA bobotie op het menu maar dat spul is echt niet binnen te houden. Het is een soort vettig gehakt dat smaakt naar speculaaskruiden met hier over heen een dikke laag ei. Na enig overleg zou er voor ons vis klaar gemaakt worden.
Na eindelijk ons 1e middagdutje deze vakantie gingen we vol goede moed naar het diner. Hier kwam de eerste teleurstelling. De wijnproeverij ging niet door omdat we volgens de bediening te laat waren. Dit was al niet volgens afspraak. We werden afgescheept met een lullig druppie rosé en een ½ litertje rode wijn. Teleurstelling nummero 2 was het eten. Een stukkie vis met 28000 graten en wat droge rijst. Het eten was ijskoud en werd zo de ‘ping’ ingeschoven. Verder moesten we betalen voor het drinken bij het eten. Wat een domper. Aangezien deze overnachting de hoofdprijs koste besloten we om onze spullen te pakken. Omdat we nog geen rooie rotcent betaald hadden hebben we onze koffers gepakt en zijn we naar Kaapstad gereden.
Het was inmiddels al pikkedonker en op een gegeven moment stonden we midden op een kerkhof in een Township. Dit is niet echt de beste plek om als blanke te zijn laat op de avond. Na nog wat rondjes gereden te hebben zijn we beland in een soort schiphol hotel waar ik in een stoel heb liggen slapen. Met pijn in al mijn ledematen zijn we de volgende dag naar Cape Town City gereden. Hier hadden we afgesproken met Michel, de jongen die we in Knysna ontmoet hadden. ’s Morgens om 8:30u waren we al ingechecked in een backpackershotel met stapelbedden. Michel zouden we ’s avonds pas treffen dus we zijn gelijk de toerist gaan uithangen. Ons 1e tripje werd Simon’s Town, een plaatsje dat bekend staat om de zwartvoetpinguins. Beestjes van zo’n 30cm hoog die echt enorm leuk zijn als ze gaan lopen. Na het zien van zo’n 300 kleine obertjes zijn we doorgereden naar Kaap de goede hoop. Eigenlijk gaat dit nergens over maar je moet er geweest zijn. Na een fotostop en ruzie maken met andere toeristen, die je zo in beeld komen lopen als je een foto wil maken, zijn we terug gegaan naar Cape Town.
We zaten op Longstreet, de ‘highlive’ straat van Kaapstad. Nadat we de korte broek verruild hadden voor uitgaanskleding zijn we naar een Indiaas restaurant gegaan en hebben hier echt waanzinnig lekker gegeten. Eindelijk eens iets anders dan steak op je bord. Toen we zaten te eten kwam Michel ook langs lopen. We spraken af dat we rond 22u in de Engelse pub zouden zijn.
In de tussentijd zijn we in ons backpackershotel wat gaan drinken om de tijd te doden. Hier werden we gelijk aangesproken door een Colombiaan die “goeie shit” had. Nadat we de ‘dealert’ van ons afgeslagen hadden zijn we naar de pub gegaan. Exact om 22u kwam Michel binnenlopen om te beginnen aan onze kroegentocht. Na heel wat vage tentjes zijn we geëindigd in een superleuke kroeg waar alleen maar locals zaten. Het bleek dat heel Kaapstad wist dat er een tweeling in town was.  Overal werden we aangesproken dat ze ons al gezien hadden en iedereen wist precies te vertellen wat we de hele dag gedaan hadden.
Na veel te veel biertjes ben ik lekker op mijn stapelbedje gekropen. Midden in de nacht, in diepe slaap, draaide ik me zo enthousiast om dat ik zo 2m naar benden donderde. Volgens Jella lag ik in de foetushouding verder te slapen op de grond. Na deze doodssmak en overal blauwe plekken ben ik maar dicht tegen de muur aan gaan liggen.
De volgende ochtend werd ik gelijk weer herinnerd aan mijn nachtelijke avontuur, echt alles deed pijn en was blauw. Maar ja, dat mag de pret niet drukken. We hadden de Tafelberg op ons programma staan. Het rare is dat je de berg niet kan vinden en op het moment dat je hem gespot hebt, je de berg niet meer kan missen. Echt vanuit elke hoek van de stad heb je dat ding op je netvlies staan.
Echter de realiteit is minder. Eenmaal boven op de berg blijkt het een flut attractie  te zijn. Na een ½ uurtje rondgewandeld te hebben en een smerig broodje later zijn we dan ook weer naar benden gegaan en hebben we tickets gekocht om naar Robbeneiland te gaan. Dit kon alleen op het V&A Waterfront. Een commerciële bende met allemaal veel te dure winkels.
Het was inmiddels al weer laat in de middag en de hoogste tijd om een slaapplaats te zoeken. Na 3 weken ZA met de TomTom kwamen we erachter dat je ook guesthouses en lodges kon invoeren. Na een paar bokkiewokkie locaties kwamen we terecht bij het ‘sanctuary guesthouse’. Een 5 sterren toko met een hele lieve gastvrouw. Een oudere vrouw uit Oostenrijk die ons op handen droeg.
Na een overheerlijk ontbijt zijn we naar de haven gereden voor ons bezoek aan Robbeneiland. Dit is het eiland waar Nelson Mandela 18jr heeft vastgezeten. En wederom, wat een toeristische onzin. Je wordt eerst met een grote bus het eiland over gereden en je krijgt uitleg over dingen die je net niet kan zien vanuit je plekkie in de bus. Vervolgens krijg je een heel verhaal over gevangene 46664 oftewel Nelson Mandela om vervolgens een celletje te zien van 2 bij 2m met een poepemmer en 3 dekens. Alles strak in de verf en een hoop blabla…
Na ons tripje naar de cel van ‘Nels’ zijn we bij een duitse tent kartoffelsalat gaan eten. Het was inmiddels 16u en tijd om een slaapplekkie te zoeken. Bij het naar buiten lopen op het waterfront klapte Rolf echt vol tegen het raam van de draaideur. Blijkt toch dat ze goed ramen kunnen wassen in ZA. Nadat Rolf van de schrik bekomen was hebben we weer een nieuwe accommodatie gevonden. Het was de 1e keer dat we terecht kwamen bij een neger met een guesthouse. We vroegen ons allemaal af waar hij het geld gepikt had om deze toko te kopen. Nee hoor, grapje !! we werden weer keurig verzorgd en hebben een heerlijke avond gehad.
De laatste dag van onze reis was inmiddels aangebroken en we hadden nog 1 tripje op ons verlanglijstje staan, een Township. Het was zondag en we konden op het nippertje nog een tripje boeken bij de tourist information. Echt voor de hoofdprijs hebben we de leukste excursie van deze reis gehad. Omdat het zondag was had iedereen vrij en hebben we de hele middag met de locals zitten ouwehoeren. Van het ene houten hutje naar de ander. Echt geweldig !!
Toen we terug kwamen uit het Township liepen we nog even een marktje op. hier kregen we ipv de rotzooi die ze verkopen kinderen aangeboden. Er was een meisje met 2 kinderen waarvan we er zo eentje konden hebben. We zijn hier maar niet op ingegaan en hebben op een terrasje een hamburger naar binnen geknald.
Na onze lunch hadden we nog 4 uur over voor dat we naar het vliegveld moesten. Om deze tijd goed te besteden zijn we naar Camps Bay gereden en hebben hier lekker in de zon aan de zee gezeten. Het inleveren van de huurauto ging nergens over. Toen we de auto kregen was ie echt showroomshine en bij het inleveren schaamden we ons omdat ie zo afgeragt was. Echter de dude van de verhuurcompany had zoiets van, the car is not broken so it’s ok. Excellent dus.
Na de paspoortcontrole kwamen we terecht in een lounge waar je 175 ZAR moest betalen om te roken. Bijkomend voordeel: al het eten en drinken was gratis dus 1 groot feest. De dame achter de balie had meer borsthaar dan Enrique Iglesias, niet echt een smakelijk uitzicht. Hier hebben we heerlijk wat zitten drinken voor we terug vlogen naar NL
Na 3 weken Zuid Afrika en 5500km achter de rug, kunnen we alleen maar zeggen…

BAIE LEKKER GEBLY !!!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten